Waar vertrouwen, aandacht én een unieke samenwerking samenkomen.
Op een prettige manier overstappen naar de peutergroep op het IKEC.
Vanuit het perspectief van de pedagogisch beleidsmedewerker
Soms zijn er situaties waarin alles samenkomt waar we als organisatie voor staan.
Opvang, onderwijs, begeleiding, ouders en professionals die elkaar vinden rondom één kind. Niet omdat er direct grote zorgen zijn, maar omdat een kind laat zien: ik ontwikkel mij op mijn eigen manier.
Vanuit mijn rol kijk ik vaak iets meer van een afstand mee. Juist daardoor zie ik hoe bijzonder het is wanneer iedereen vanuit dezelfde intentie handelt. Niet vanuit haast of oordeel, maar vanuit oprechte nieuwsgierigheid naar wat laat dit kind ons zien en wat heeft het kind nodig om zich verder te kunnen ontwikkelen?
Laatst volgden we een peuter die volledig kon opgaan in een eigen fantasiewereld. Een kind met een enorme creativiteit en een sterke eigen wil. Soms reageerde het kind impulsief, liep het kind ineens weg uit een situatie of leek het kind moeite te hebben met de structuur van de dag. Gedrag dat vragen opriep. Geen etiketten, geen conclusies trekken maar kijken naar het kind, de vraag die steeds opnieuw centraal stond:
Hoe kunnen wij dit kind écht begrijpen?
Wanneer ontspant dit kind? Wanneer ontstaat spanning? Wat helpt? Wat vraagt juist te veel? En wat vertelt het gedrag ons mogelijk over wat dit kind nodig heeft?
Dat vraagt iets van professionals. Namelijk dat je verder kijkt dan het gedrag dat je op dat moment ziet. Dat je bereid bent om je eerste beeld opnieuw te bekijken en samen te onderzoeken wat er achter gedrag kan schuilgaan.
Daar zit voor mij een belangrijk onderdeel van onze pedagogische kracht. We willen kinderen niet in een hokje plaatsen, maar de omgeving zo goed mogelijk laten aansluiten bij wat zij nodig hebben.
Juist dan zie ik de kracht van samenwerken. De pedagogisch coach kijkt mee op de groep, ondersteunt het team en helpt om samen een steeds scherper beeld te krijgen. Ouders worden stap voor stap meegenomen in wat we zien en ervaren. Dat vraagt zorgvuldigheid, want gesprekken over de ontwikkeling van je kind raken altijd iets kwetsbaars. Toch zie ik telkens weer hoe liefdevol en open die gesprekken gevoerd worden.
Binnen SCIO hebben we het voordeel van korte lijnen. Daardoor kunnen opvang, onderwijs en ondersteuning elkaar snel vinden. Niet om een kind ergens anders onder te brengen, maar om samen te onderzoeken: waar komt dit kind het beste tot zijn recht en wat hebben wij daarvoor te organiseren?
Wanneer er dan wordt gekeken naar een overstap naar het IKEC, voelt dat voor mij nooit als een eindpunt, maar juist als een nieuw begin. Een plek waar meer rust, nabijheid en begeleiding ruimte kunnen geven aan ontwikkeling. Die overgang wordt warm en zorgvuldig opgebouwd, met vertrouwde gezichten, afstemming tussen teams en aandacht voor ouders.
En misschien is dat wel wat mij het meest raakt in dit soort trajecten: dat niemand het alleen hoeft te doen.
Ik zie professionals die blijven zoeken. Ouders die hun vertrouwen durven geven. Teams die elkaar versterken. En een kind dat langzaam meer ontspanning vindt, meer veiligheid voelt en daardoor weer ruimte krijgt om te groeien.
Dan wordt opnieuw zichtbaar waar het in de kern om draait:
Als opvang, onderwijs en ondersteuning elkaar écht weten te vinden, ontstaat er een plek waar kinderen mogen zijn wie ze zijn en kunnen groeien in hun eigen tempo.
Vanuit het perspectief van de pedagogisch professional
Soms komt er een kind binnen op de groep waarvan je meteen voelt: dit kind beleeft de wereld nét anders.
Zo'n kind dat helemaal kan verdwijnen in spel en fantasie. Dat onverwacht kan reageren, soms wegloopt of vanuit een impuls iets doet zonder te beseffen wat dat met een ander doet. Tegelijkertijd zie ik vaak juist dan zoveel creativiteit, gevoeligheid en puurheid.
Als pedagogisch professional probeer ik dan niet alleen te kijken naar wat een kind doet, maar vooral naar wat het probeert te vertellen.
Want achter gedrag zit altijd een behoefte.
In het begin zoek je vooral naar kleine signalen. Wanneer ontspant een kind? Wanneer ontstaat spanning? Wat heeft dit kind nodig om mee te kunnen doen? Dat vraagt geduld, aandacht en soms ook het durven toegeven dat je het nog niet precies weet.
Gelukkig hoeven we dat nooit alleen te doen.
Samen met de pedagogisch coach kijken we mee op de groep. We bespreken situaties, delen observaties en proberen steeds beter te begrijpen wat een kind nodig heeft om zich veilig te voelen. Soms maken we, met toestemming van ouders, korte beelden om samen terug te kijken. Niet om gedrag uit te vergroten, maar juist om met zachtheid en aandacht te kunnen zien wat er gebeurt.
Door goed te kijken en te luisteren, zie je steeds meer wat er achter gedrag schuilgaat. Tegelijkertijd kan dat best zoeken zijn. In een groep met meerdere kinderen wil je ieder kind geven wat het nodig heeft. Soms vraag ik me dan af: kunnen we dit kind binnen de groep bieden wat het nodig heeft? Hoe zorgen we ervoor dat ook de andere kinderen voldoende aandacht krijgen? En wat is op dit moment de plek waar dit kind het beste tot zijn recht komt?
Ook het contact met ouders is daarin ontzettend belangrijk. Ik weet hoe spannend het kan zijn om zorgen over je kind te horen. Daarom probeer ik altijd eerlijk én warm te blijven.
Niet praten over een kind, maar samen kijken naar een kind.
Wanneer we merken dat een peuter meer rust, duidelijkheid of begeleiding nodig heeft dan wij binnen de groep kunnen bieden, kijken we samen verder. Binnen het IKEC zijn er speciale peutergroepen waar die extra ondersteuning mogelijk is. De overstap daarnaartoe gebeurt nooit ineens. We bouwen het rustig op. We gaan samen kijken, oefenen kleine momenten en zorgen dat een kind vertrouwde gezichten blijft zien.
En dan gebeurt er vaak iets moois.
Langzaam zie je de spanning zakken. Een kind hoeft minder hard te werken om de dag door te komen. Er ontstaat ruimte om contact te maken, te spelen, te ontdekken en zichzelf te laten zien.
Dat zijn de momenten waarop ik weer voel waarom dit werk zo bijzonder is.
Niet omdat alles altijd makkelijk gaat, maar omdat je samen een verschil kunt maken in het leven van een kind.
Vanuit het perspectief van de ouder
Toen ons kind naar de peutergroep ging, hoopten we vooral dat het zich fijn zou voelen. Dat het vriendjes zou maken, plezier zou hebben en langzaam zijn eigen plekje zou vinden.
Maar al snel merkten we dat het niet altijd vanzelf ging.
Ons kind kon ineens weglopen, had moeite met vaste momenten op de dag en reageerde soms impulsief naar andere kinderen. Tegelijkertijd zagen wij thuis vooral een ontzettend fantasierijk, slim en gevoelig kind. Een kind met een enorme eigen wereld.
Dat maakte het soms moeilijk om de zorgen van anderen te horen.
Toch voelde het vanaf het begin anders dan we misschien hadden verwacht. Er werd niet gesproken over wat er 'mis' was. In plaats daarvan voelden we oprechte nieuwsgierigheid.
De pedagogisch professionals wilden ons kind begrijpen. Echt begrijpen. Dat gaf vertrouwen.
Samen met de pedagogisch coach werd er meegekeken op de groep. Er werd geobserveerd en, met onze toestemming, werden korte filmpjes gemaakt, zodat we samen konden zien wat er gebeurde. Spannend vonden we dat wel. Maar juist doordat iedereen zo open en respectvol bleef, voelde het veilig.
Langzaam vielen er puzzelstukjes op hun plek.
We voerden gesprekken met de groep, de coach, de school en de ouderbegeleider. Soms waren die gesprekken emotioneel. Soms confronterend ook. Maar nooit voelde het alsof we er alleen voor stonden.
Wat ons misschien nog wel het meest raakte, was dat iedereen bleef kijken naar de mogelijkheden van ons kind. Niet naar de beperkingen, maar naar wat er nodig was om te kunnen groeien.
Toen het IKEC ter sprake kwam, vonden we dat eerst best spannend. Je wilt als ouder vooral dat je kind 'gewoon mee kan doen'. Maar stap voor stap merkten we dat het hier niet ging over loslaten, maar juist over dichterbij komen bij wat ons kind nodig had.
We mochten rustig kennismaken, meekijken en wennen. Er werd zorgvuldig afgestemd tussen thuis en de nieuwe groep, zodat er herkenning en rust ontstond.
En langzaam zagen we ons kind veranderen.
Meer ontspanning. Meer vertrouwen. Meer ruimte om zichzelf te zijn.
Dat gevoel is moeilijk uit te leggen, maar als ouder zie je het meteen. Je ziet wanneer een kind niet meer alleen probeert te overleven, maar weer echt kan groeien.
En precies dát gun je ieder kind.